Geen producten (0)
 

Moei, Janneke de - In het net gevangen

€ 4,95
Op voorraad
Omschrijving

Het gezin Den Hartog werd als enige in Ridderkerk woonachtige Joodse familie in 1943 door de nazi's afgevoerd en omgebracht in de vernietigingskampen. Abraham den Hartog (1867) vestigde zich in 1925 met zijn vrouw Leentje en hun zes kinderen Elisabeth, Stijntje, Rozette, Sara, Betrina en Simon in het Ridderkerkse dorp Oostendam, op de grens met Hendrik-Ido-Ambacht. In het buurtgemeenschapje opende hij een vleeshouwerij. Zijn ambacht voerde hij op traditioneel-Joodse wijze uit door dieren ritueel te slachten. Na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 voelde de Joodse familie al nattigheid. Dat versterkte toen een gezinslid in augustus 1942 een arrestatiebevel ontving. Hierop besloten Abraham, Rozette en Sara onder te duiken in het Israëlische Ziekenhuis in Rotterdam, waarvan dochter Elisabeth directrice was. Zoon Simon had daar ook werk. Abrahams vrouw was toen al overleden. De veilige schuilplaats bleek een illusie, toen op 26 februari alle Joden uit het ziekenhuis werden gedeporteerd. Op voorhand leek het ziekenhuis geen slecht onderduikadres, aldus auteur J. de Moei, die onderzoek heeft gedaan naar de lotgevallen van de familie. Men had nooit gedacht dat de Duitsers tot deporteren zouden overgaan. Abraham en zijn drie dochters werden in legerwagens naar Loods 24 gebracht, het verzamelpunt op Rotterdam-Zuid. Daarna werden ze met velen in veewagens gepropt en overgebracht naar Westerbork. Dochter Elisabeth arriveerde pas anderhalf jaar later. Uiteindelijk is het gezin omgekomen in de vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Sobibor.

Uitg. de Dijksynagoge, 100 pag, pb. in mooie staat!