Geen producten (0)
 

Someren, Cor van - Plattelandsgebruiken in de Krimpener- en Lopikerwaard

€ 7,95
Op voorraad
Omschrijving

Heel wat oude boerengebruiken in de Krimpener- en Lopiïcerwaard zijn in de loop der tijd stilzwijgend verdwenen. Maar sommige zijn nog steeds in trek. Enkele oude gebruiken vinden we in het boekje "Plattelandsgebruiken in de Krimpener- en Lopikerwaard" van Cor van Someren uit Haastrecht.

Van Someren kan beeldend schrijven over het polderleven, bruiloften, geboorten, verjaardagen, huwelijksjubilea, overlijden en de kleding. „De dagindeling is nog vrijwel dezelfde als honderd jaar en langer geleden. Er zijn nog boeren die gebruik maken van het boenhok, het buitentoilet en de kaaskamer Er wordt nog steeds rouw in de kerk gebracht de week na de begrafenis. Het blijven napraten van de boerenmensen na een kerkdienst is een ingewortelde gewoonte, waar een niet-plattelander vaak vreemd tegenaan kijkt".

Het buitenbeentje onder de dorpen in de Krimpenerwaard was het 'rode dorp' Ammerstol. „Hier woonden veel arbeiders, die werkzaam waren op de vele timmerfazaam op de vele scheepswerven, brieken. Ze behoorden bepaald niet tot de rijksten van de Waard. De arbeiders in de gemeenten rond de Stormpolder waren werkIn deze hoek van de Waard woonden ook veel rijke liberale boeren op grote boerderijen. Een van hun liefiiebberijen was het houden van KRIMPENERWAARD ..Veel rijke liberale boeren op grote boerderijen". een duur paardje, dat onder andere werd gebruikt om de minder bedeelde boeren op snelheid voorbij te gaan naar de donderdagse kaasmarkt in Gouda".

Burenhulp

Op een bruiloft was, en is nog vaak, het voorlezen van een levensschets van het bruidspaar een vaststaand gebruik. Daarbij kwamen nog de nodige voordrachten. Van Someren: „Veel van deze voordrachten kwamen uit boekjes die werden gekocht bij Jongeneel, destijds aan de Markt in Gouda".

Bij een sterfgeval op de boerderij kwam de familie er nauwelijks aan te pas. De burenhulp was gebruikelijk. Met zo'n grote vanzelfsprekendheid dat je bijna kon spreken van burenplicht. „In de polder leefde je vrij geïsoleerd, dus hielp men elkaar als de nood aan de man kwam". Het aanzeggen van een sterfgeval gebeurde door de naaste buren. „Bij ieder bezoek werd uitgebreid verslag gedaan en terwijl nog werd nagepraat over de overledene schroomde men niet om een flinke borrel te drinken. Als dan iedereen, inclusief het gemeentehuis, aan de beurt was geweest, waren de aanzeggers soms niet meer in staat een nuchter woord uit te brengen. Zij moesten vaak worden thuisgebracht om ongelukken in de polder te voorkomen".

Uitg. 46 pag. pb. In zeer mooie staat!