Geen producten (0)
 

Philpot, ds. J.C. - De winter voor de oogst

€ 5,95
Op voorraad
Omschrijving

Bij het zien van dit boek had ik een beetje het gevoel van: Moet dat nou? Hiervan kwam ik echter snel terug. Dat gebeurde niet in de eerste plaats bij de overigens zeer leerzame preek over „opwas in de genade" onder de titel "De winter voor de oogst", maar bij het lezen van "De erfgenamen des hemels wandelend in de duisternis en de erfgenamen der hel wandelend in het licht".
 
Deze preek trof me vanwege de uiterst actuele betekenis voor ons kerkelijk leven. Immers, we beleven een tijd waarin heel veel godsdienstig leven valt waar te nemen. Religie is weer in en velen lijken te wandelen in het licht. Philpot laat aan de hand van Jesaja 50: 10 heel treffend zien dat erfgenamen des hemels nogal eens in het duister wandelen en dat zij moeten betrouwen op de Naam des Heeren en moeten steunen op God. In drie punten zet Philpot dan helder uiteen wat de (globale) kenmerken zijn van de erfgenamen des hemels. De preek besluit met de volgende zin: „Ge zult op uw doodsbed ondervinden, als de consciëntie u bij de keel grijpt, dat geen twijfel noch vrees in staat is u te redden, maar alleen de openbaring van Christus aan de ziel, de besprenging met Zijn bloed en de bekendmaking van Zijn gerechtigheid".

Niet minder treffend is de typering van „de erfgenamen der hel wandelend in het licht". De drie bronnen die Philpot benut voor deze typering zijn Gods Woord, de waarneming van anderen en datgene wat hij kent uit de bedrieglijke werkingen van zijn eigen hart. Scherp tekent Philpot degenen die de „godsdienst aannemen zonder dat de godsdienst hen aangrijpt; dat zij tot de wet komen zonder dat de wet met kracht tot hen komt".

Fel uit Philpot zich over wesleyaanse methodisten. Hij geeft een aardig beeld van wat wij nu zouden noemen „evangelische bijeenkomsten". Maar ook striemt hij „dode calvinisten". Het lijkt er even op of prof. dr. A. van de Beek onlangs Philpot citeerde, toen hij opmerkte dat in de gereformeerde gezindte veel meer arminianen rondlopen dan men denkt. Philpot hekelt namelijk diegenen „die zich calvinisten noemen, maar in werkelijkheid voorstanders van de vrije wil zijn".

Wellicht is een kleine verduidelijking nodig. Als Philpot ten strijde trekt tegen de „verdorven geestelijken" van de staatskerk en de „valse predikers der afgescheidenen" moeten we de Engelse context van die tijd in de gaten houden. Den Hertog deed er goed aan beide preken opnieuw te laten vertalen. De uitgave, verzorgd door J. de Jager en I. den Dekker, ziet er verzorgd uit.

105 pag. pb. Nieuwstaat!