Geen producten (0)
 

Vergeten Eerstelingen - 4 Monografieen van Messiabelijdende Joden

€ 19,95
Op voorraad
Omschrijving

Vier afzonderlijke boeken in de serie Vewrgeten eerstelingen. Over de Messiasbelijdende Joden Christiaan Salomon Duijtsch, Isaac DaCosta, Philippus S. van Ronkel, Carl A.F. Schwartz

In deze vernieuwde belangstelling voor Israël hebben Messias-belijdende joden nauwelijks gedeeld. Als eerstelingen van de oogst die God ook uit Israël zal binnenhalen, zijn zij vaak ''vergeten eerstelingen''. Sommigen kennen wij ten dele. Zoals Christiaan Salomon Duytsch die zijn leven beschrijft in ''De wonderlijke leiding Gods''. Gunstige uitzondering is Isaac da Costa, bekend van zijn ''Bezwaren tegen den geest der eeuw''-. Ook hij dreigt vergeten te worden als wij niet meer van hem weten. Dr. J. Haitsma heeft dat gevaar bezworen en in de serie ''Vergeten eerstelingen'' een deel gewijd aan Isaac da Costa. Bij lezing daarvan trof ons o.m. hoezeer Da Costa een profetisch inzicht in de geest van zijn tijd èn de gevolgen daarvan had. Dat is reden om ook hier aan deze enigszins vergeten eersteling aandacht te schenken.

Da Costa (geboren in Amsterdam in 1798) behoorde tot een joodse familie die sinds de 17e eeuw in ons land woonde. Hij groeide op in een tijd van ingrijpende politieke veranderingen in de wereld (Napoleons opkomst en val) en in Nederland (de republiek werd koninkrijk). Dieper grepen de veranderingen in die zich minder opvallend voltrokken op geestelijk gebied. De ideeën van de Verlichting werkten door. Menselijke rede verdrong Goddelijke openbaring. Deze stille revolutie sloop ook de kerk binnen waar de kracht van de gereformeerde leer verslapt was. Gevolg was een tolerantie die allerlei dwalingen vrije toegang gaf

Ook Da Costa ontkwam niet aan de tijdgeest, zo blijkt o.a. uit gedichten, geschreven in zijn studententijd. Toch straalde toen al licht van boven in zijn hart, zag hij later. Hij nam deel aan een privatissimum en daar, zegt hij jaren nadien in een gedicht, voelde hij ''De eerste trekking mijns harten tot den God van Abraham''. Zijn bekering volgt rond 1820. In 1822 laat hij zich samen met zijn vrouw en zijn vriend Abraham Capadose dopen. In 1823 ziet zijn geschrift ''Bezwaren tegen den geest der eeuw'' het licht. Da Costa is een kind van zijn tijd als hij pleit voor het goed recht van de slavernij omdat de vloek van Cham is verbonden met de zegen dat de neger als slaaf veiligheid en welvaart geniet die veel vrijen missen. Gegeven het ontbreken van sociale wetgeving kunnen we ons bij ''t laatste iets indenken. Maar wie als kind ''De hut van oom Tom'' las, neemt ''t eerste niet over. Desondanks spreekt Da Costa profetisch als hij zijn èn onze tijd analyseert. Scherp en ver heeft hij gezien. Zonder pardon striemt hij de kwaal van toen èn nu als hij de macht van de rede boven het Woord van God aan de kaak stelt. Samen met een verdraagzaamheid uit onverschilligheid voor de Waarheid of uit laffe toegevendheid, waardoor de kanker van het ongeloof voortvreet. En plukken wij niet de wrange vruchten van een wetenschap waarvan Da Costa zo''n 170 jaar geleden zei dat ze dient om Gods openbaring en bestaan te bestrijden? Wonderlijk, dat wat 170 jaar geleden gezegd is, vandaag voluit waar blijkt in kerk, school, wetenschap, kortom in de hele samenleving. Het zou nu gezegd kunnen zijn.  (over het deel van DaCosta)

Uitg Groen, 505 pag. pb. serie In mooie staat!