Geen producten (0)
 

Dean, Folk - Harmonium deel 3

€ 10,99
Op voorraad
Omschrijving

Het derde leerboek van de Folk Dean methode. Ook hieronder vindt u een korte inhoud van deel 3 met aandachtspunten voor de docent.

Kruizen en Mollen
Dit hoofdstukkopje komt bekend voor, omdat het bij de behandeling van deel 2 ook al aan de orde is geweest. Ook worden weer dezelfde voortekens behandeld, namelijk de fis (op bladzijde 2 en 3) en de bes (op bladzijde 17 en 18). Er is echter een wezenlijk verschil met het vorige deel. In deel twee werden de voortekens direkt voor de noot geplaatst, terwijl ze hier vooraan naast de sleutel gezet worden. Het is in het begin verwarrend, omdat bij de Gsleutel het kruis een oktaaf hoger genoteerd staat (f??), dan de leerling gewend is. De docent moet dus uitleggen, dat bij dit voorteken voor elke f op die balk, in welk oktaaf dan ook, een fis gespeeld moet worden. Dit geldt ook voor de andere voortekens. Het is waarschijnlijk dat de leerling hierin zich nog wel eens zal vergissen, zodat de docent enig geduld zal moeten betrachten. 

Herhalen
Ook dit hoofdstukje is al aan de orde geweest, maar wordt in dit deeltje nog iets verder uitgewerkt. Dit gebeurt aan de hand van “Een vacantiedag” (nummer 236 op bladzijde 5). In dit stukje komt de herhalingsstreep voor zoals de leerling al kende (dus al het voorgaande een keer herhalen), maar er komt hier ook een nieuwe variant voor: (zie volgende bladzijde) 
 
Voor de duidelijkheid dient gezegd te worden, dat het stuk al twee systemen eerder begonnen is. De leerling is dus al aan het spelen en trekt zich in de eerste instantie niets aan van de herhalingsstreep aan het begin van het voorbeeld. Hij speelt verder tot en met de maat waar het cijfer 1 boven staat. Daar staat tevens een herhalingsstreep, dus hij keert terug naar de eerste herhalingsstreep van het voorbeeld en speelt het gedeelte nog een keer. Nu slaat hij de maat met cijfer 1 over en speelt verder vanaf de maat met het cijfer 2 erboven. Het cijfer 1 en 2 wordt respectievelijk prima volta en secunda volta genoemd (eerste keer en tweede keer). 

De Fermate
Bij de Prière (nummer 290, bladzijde 13) komt dit teken voor het eerst in deze methode voor. Vroeger gaf de fermate onder andere aan wanneer er een regel ten einde was. Dit is terug te vinden in bijvoorbeeld de koraalvoorspelen van J.S. Bach. Tegenwoordig geeft de fermate aan dat men de noot die onder de fermate staat naar eigen (muzikale!) smaak mag verlengen. 

Techniek
Wat de techniek betreft worden er in dit deel de volgende punten behandeld:
- Het spreiden der vingers
- Lichte spanningen op de vingers
- Het verwisselen der vingers (de stille vingerwisseling)
- De liggenblijvende stem
Al deze zaken vereisen geconcentreerde oefening om het gewenste resultaat te bereiken..   
 
Kwartnoot met stip (blz. 23)
Hierbij wordt ook de achtste noot nog een keer betrokken, maar nu in vergelijking met de achtste rust. De beste manier om dit te leren beheersen is, om de kwartnoot met stip hetzelfde te behandelen als de achtste noot in boek 2 (ene, tweeë enz.).  

Het Herstellingsteken
De aandacht hierop wordt gevestigd op bladzijde 20. De reden dat dit voor het laatst bewaard is, komt omdat hieromtrent nogal wat verwarring kan ontstaan. Als voorbeeld wordt nummer 335 van bladzijde 20 genomen: 
De docent heeft de leerling net uitgelegd dat het herstellingsteken, net als de verhoging en de verlaging, geldt voor de maat waarin het genoteerd staat. De leerling accepteert dat niet, want hij ziet één maat verder (in maat 3 en 5) een mol staan, waaruit blijkt dat het herstellingsteken nog niet uitgewerkt is. De docent moet dan uitleggen dat de mol in maat 3 en 5 eigenlijk overbodig is en dat de auteur deze voor de zekerheid genoteerd heeft. Het kost de docent soms heel wat moeite om de leerling hiervan te overtuigen.

Nieuw!