Geen producten (0)
 

Hoogerwerf-Holleman, R. - Wonderlijk geleid

€ 23,50
Op voorraad
Omschrijving

In deze bundel blikken een tweetal geliefde auteurs in hun hoge ouderdom terug op wonderlijke voorvallen die ze vaak van dichtbij in hun leven meemaakten. Het bevat een bloemlezing van 39 aansprekende korte verhalen en 13 gedichten. In totaal zijn er dus 52 bijdragen, bedoeld om een jaar lang wekelijks te overdenken. Behalve voor persoonlijk gebruik, is deze bundel ook heel geschikt als voorleesboek in gezinnen en verenigingen. Ter aanvulling van deze bundel schreef Marjan van Voorst-Dek enkele boeiende gedichten. De verhalen zijn veelal echt gebeurd en beschrijven dat de Heere een God van wonderen is. Hij leidt Zijn kinderen op de weg des levens en geeft wijze raadgevingen op onze levensweg.

Inhoudsopgave:

Week 1: Gedicht: Nieuwjaar – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 2: Jozef leeft nog – M. Quist
Week 3: Geloof jij in de Zoon van God? – M. Quist
Week 4: Twee uur precies – M. Quist
Week 5: Gedicht: De oude pelgrim – M. Quist
Week 6: Het teken – M. Quist
Week 7: Waar kan ik God vinden? – M. Quist
Week 8: Leid ons niet in verzoeking – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 9: Gedichten: Goede Vrijdag / Pasen – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 10: Willem Aaftink, ‘de Snieder’ van Rijssen – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 11: Nog enkele dagen en het zal Pasen zijn – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 12: Want ook ons Pascha is voor ons geslacht – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 13: Gedicht: Als een kind – M.P. van Voorst-Dek
Week 14: Paasgroet uit Rijssen – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 15: Paasfeest in de catacomben – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 16: De oude Jacob – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 17: Gedicht: Hemelvaart – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 18: De Hollandse marine, 12 mei 1940 – Verdedigers van Rotterdam – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 19: Oproer in de Jordaan – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 20: Een droevig Pinksteren – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 21: Gedicht: Pinksterfeest – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 22: De nalezing beter – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 23: Pinksteren 1940 – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 24: Kerktelefoon – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 25: Gedicht: God gedenkt aan Zijn verbond – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 26: Manna uit de hemel, verhaal uit de laatste oorlogsdagen – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 27: Toekomstplannen – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 28: Taxivervoer – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 29: Gedicht: Christus’ borgwerk – M.P. van Voorst-Dek
Week 30: Arm en toch rijk – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 31: Eerlijk duurt het langst – M. Quist
Week 32: Nog andere schapen – M. Quist
Week 33: Gedicht: 50 jaar verbonden – M.P. van Voorst-Dek
Week 34: Niet vergeten – M. Quist
Week 35: Bosbessen plukken – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 36: De kerk gaat doleren – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 37: Gedicht: Zalig – M.P. van Voorst-Dek
Week 38: De gebroken vaas I – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 39: De gebroken vaas II – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 40: Ds. Jan Rokus van Oordt ‘Als een vuurbrand uit het vuur gerukt’ – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 41: Gedicht: Heilig Kind Jezus – M.P. van Voorst-Dek
Week 42: De gebedsgenezer beschaamd – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 43: ’t Gebeurde onder een kerstverhaal – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 44: Kerstfeest in Ravensbrück – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 45: Gedicht: Kerstfeest – M.P. van Voorst-Dek
Week 46: Licht in de Distelstraat – M. Quist
Week 47: Ik kan het niet laten I – M. Quist
Week 48: Ik kan het niet laten II – M. Quist
Week 49: De worm in het vuur – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 50: Hoe donker ook Gods weg moog’ wezen – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 51: Tussen Kerst en Nieuwjaar – R. Hoogerwerf-Holleman
Week 52: Gedicht: Oudejaarsavond  – R. Hoogerwerf-Holleman

Jozef leeft nog        

 

M. Quist

Dominee Verlaat is ziek, maar mag geloven dat hij weer mag gaan preken. Zijn geloof wordt niet beschaamd.
Dominee Verlaat zit diep in gedachten verzonken. Dat kun je hebben in de schemertijd.
Opeens gaat de deur van de studeerkamer open en stapt mevrouw binnen. ‘Wat zit je in het duister, man’, zegt ze.
‘Ik zit te denken aan de afgelopen periode’, zegt dominee Verlaat. ‘Wat was het een spannende tijd, hè?’ zegt mevrouw Verlaat. Ze zijn er beiden nog stil van.
En in de stilte is een nog stillere verwondering, omdat de Heere wonderen gedaan heeft. Dominee Verlaat is ernstig ziek geweest. En nog is hij niet helemaal hersteld. Hij voelt bij tijden goed dat hij een hartinfarct heeft gehad.
Daarom moet hij het de eerste tijd nog wat rustig aan doen van de dokter. Hij heeft vier maanden niet gepreekt. Wat is het moeilijk om iets wat je zo lief is los te laten. Maar de Heere heeft er Zijn wijze bedoeling mee.
In deze periode mag dominee Verlaat veel de nabijheid van de Heere ervaren. En hij gelooft vast dat de Heere hem de kracht zal geven om op Zijn tijd weer te preken.
‘Man’, zegt mevrouw, ‘ik heb je nog nooit verteld wat ik met Erwin, onze oudste zoon, meegemaakt heb toen jij in het ziekenhuis lag.’
‘Nee’, zegt de dominee verbaasd, ‘wat was er met hem?’
Met bewogen stem begint mevrouw: ‘Nou, Erwin kon niet begrijpen dat je plotseling zo ziek werd. Hij zei: “Zorgt de Heere niet meer voor papa?”
’k Heb geprobeerd te vertellen dat de Heere altijd blijft zorgen, maar dat het dikwijls heel anders gaat dan wij denken. Dat kon ik nog met een voorbeeld duidelijk maken. Je weet dat we gelijk met de opname vijfentwintighonderd gulden moesten betalen. De andere morgen lag er een envelop in de gang met drieduizend gulden. ’k Heb het geld aan Erwin laten zien en gezegd dat het een teken was van de trouw van de Heere. Ik zei: “We weten niet of papa nog beter wordt, maar de Heere blijft zorgen.”
Toen zei Erwin: “Ma, mag ik het geld eens vasthouden?”
Toen hij het geld in zijn hand hield, zei hij zo kinderlijk: “Dank U Heere, ja, U zorgt.”’
Dominee Verlaat kan zich niet beheersen. Met omfloerste stem zegt hij: ‘Die trouwe houdt en eeuwig leeft…’ Op dat moment wordt zijn geloof weer versterkt. Hij gelooft dat hij dit jaar nog mag preken. Wanneer? Zal het met Kerst zijn, of eerder? ‘Vrouw’, zegt dominee Verlaat, ‘ik ga vanavond even naar de kerkenraad. Het is vergadering.’
Een uur later stapt dominee Verlaat de pastorie uit. Zijn gang is niet zo vlug als anders. Met een stil verlangen kijkt hij omhoog en zucht: ‘Heere, wanneer mag ik weer preken?’
Plotseling komen deze woorden in zijn hart: ‘In de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.’.....

Nieuw!